Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vertrouwden.

Vertrouwden

Voorbeeldzinnen (20)

Ze vertrouwden je.

We vertrouwden hen.

Toen ze vertrokken, vertrouwden de ouders hun kind toe aan de oppas.

Ze vertrouwden Tom.

Eisner en ik vertrouwden de technologie niet.

Bij deze duik vertrouwden ze op propellors om ze stijgen en dalen, en hebben ze al het ademgas binnen in de submersible.

De handhavers vertrouwden de geparkeerde bakwagen niet en belden de politie.

En hoewel de Engelsen hem als Duitser eerst niet vertrouwden had Mi6 al snel in de gaten dat hij zijn rol als Nederlandse prins zeer serieus nam.

Het is krankzinnig om hen te belonen ten koste van degenen die erop vertrouwden dat de toezichthouders hun werk zouden doen.

Nee, geloof me, BBB-stemmers zijn trouw, zo trouw dat ze vele verkiezingen lang nog gestemd hebben op de partijen die ze vertrouwden.

Om de zoveel kilometer moesten we stoppen aan controleposten en pas als ze je vertrouwden, mocht je doorrijden.

Omwonenden zouden ook aan de eigenaar van het pand hebben gevraagd om eens een kijkje te nemen bij de huurders, omdat ze de situatie niet helemaal vertrouwden.

Qua inlichtingen vertrouwden we te veel op de Amerikanen die het ook niet wisten en de Nederlandse oogkleppen draaiden overuren.

Vier alerte onderzoekers vertrouwden het niet.

Wat u wel zou kunnen, als u de moeite zou nemen eens zinnig na te denken, is constateren dat wij hier vertrouwden op de goede bedoelingen van de Russen.

Ze vertrouwden niemand meer.

Ze zeiden dat ze het niet vertrouwden.

Agenten vertrouwden het niet en gingen maandag opnieuw langs zijn huis.

Daarbij vertrouwden de coalitiepartners elkaar onderling niet, waarbij vooral de sentimenten tussen Boedapest en Boekarest erg groot waren.

De Fransen vertrouwden op de Maginotlinie, de Belgen op Eben Emael, NL vertrouwde op zijn neutraliteit en waterlinie.