Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vertrouwt.

Vertrouwt

Voorbeeldzinnen (20)

Dus…. je vertrouwt wel hun bewering dat de vaccin goed is, maar je vertrouwt hun bewering dat de vaccin diverse zeer ernstige bijwerkingen kan veroorzaken niet.

Vit, ‘vertrouwt’ is in dit geval o.t.t., de onvoltooid tegenwoordige tijd en dan is vertrouwt met een T. Jammer maar helaas.

Dus de politiek vertrouwt het volk niet en het volk vertrouwt dientengevolge de politiek niet.

Conclusie: Er is geen kubieke centimeter luchtruim waarin verkeer wat vertrouwt op computers wordt gemengd met verkeer wat vertrouwt op de ogen.

Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten, Bouterse die als een ka pasi graait uit s’landskas denkt dat anderen dat ook doen en vertrouwt niemand om zich heen.

Je vertrouwt God of je vertrouwt Hem niet.

Nina vertrouwt Peter, maar haar moeder vertrouwt hem niet.

Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.

Niemand vertrouwt hem nog.

Hij vertrouwt de dokter niet meer.

Tom vertrouwt Mary nog steeds niet.

Tom vertrouwt niemand.

Ik kan niet geloven dat je Tom nog steeds vertrouwt.

Ze vertrouwt geen onbekenden.

Tom vertrouwt geen vreemdelingen.

Je vertrouwt me niet meer, hè?

Ze vertrouwt Tom.

Tom vertrouwt op mij.

Hij vertrouwt je.

Niemand vertrouwt mijn land.