Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vies.

Vies

Vies betekenis

bevuild, smerig | een onaangename smaak hebbend | immoreel

Voorbeeldzinnen (20)

Je whataboutisms beginnen vies te ruiken de laatste dagen, heel vies.

In Canada zijn de afstanden groot en kan het vies koud worden – en tegenwoordig ook vies heet, blijkbaar.

In het kort: een hotel moet zodanig zijn dat je er makkelijk beroofd kunt worden en de keuken moet zo vies zijn dat je voedselvergiftiging oploopt en de toilet zo vies dat je liever in je broek piest en poept.

De man zag er onverzorgd uit, had een vies baardje en lang vies haar, en liep in “jarentachtigkleding”.

Vies zijn om het vies zijn.

Heeft dus helemaal niets te maken met 'vies zijn om het vies zijn'!

Hier in Nederland zijn de meeste mensen vies van Bitcoins of zijn alternatieven, ik vermoed dat ze in China een stuk minder bang en vies zijn van nieuwe soorten technieken.

Misschien een beetje een vies woord maar het leid denk ik, net zoals winstbejag van de websites - ook zo'n vies woord, uiteindelijk tot innovatie van het business model.

WNF: schaliegas is vies en onnodig Zeist, 7 / 8 juni 2013 - Schaliegas is niet alleen vies, maar ook onnodig.

Politiek is bijvoorbaat geen vies ding, net zoals voetbal geen vies ding is.

Vies spel, Vies logo, Maastrichtenaren, DOE ER WAT AAN!

Niet omdat ik vies ben, mijn auto vies is of iets dergelijks, maar puur en alleen omdat ik met heel hard werken een dure auto kan betalen waar hun alleen maar van kunnen dromen.

En stilzwijgen erin gehamerd door ouderswant sex is vies, aanraken is vies mag niet over gepraat worden.

Moeder was bang dat ik vies zou worden.

"Je kleren worden nog vies." "Geeft niet. Ze waren toch al niet echt schoon."

Trek niet zo'n vies gezicht, die soep is echt heel lekker.

Met je mond vol praten is een vies gezicht.

Hij is vies.

Mary's schoenen zijn vies.

Het kind is vies.