Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vioolbouwers.

Vioolbouwers

Vioolbouwers | Vioolbouwer

Voorbeeldzinnen (20)

De graaf was vooral geïnteresseerd in de families van vioolbouwers Amati en Stradivari, hoewel ook veel andere vioolbouwers in zijn aantekeningen, die bekendstaan onder de naam "Carteggio", worden genoemd.

Cozio de Salabue deed veel moeite om zijn zorgvuldig verzamelde kennis door zijn collectie muziekinstrumenten en zijn contacten met vele vioolbouwers in de vorm van dagboeken vast te leggen en door te geven.

Nicolo Gagliano kwam uit een geslacht van vioolbouwers.

Vanwege zijn resultaten is Stradivari een van de meest geïmiteerde vioolbouwers aller tijden, met honderdduizenden, zo niet miljoenen kopieën van zijn modellen.

Enkele Italiaanse snarenmakers zoals Ruffini in Napels waren bijna even beroemd als de vioolbouwers in Cremona en Brescia.

Het nieuwtje is koren op de molen voor de hedendaagse vioolbouwers zoals Andre van Putten uit Kampen.

Ceruti is een belangrijke Italiaanse vioolbouwers naam die vooral voorkomt in Cremona.

De vioolbouwers Alban en Kloz waren leerlingen van Jacob Stainer en zijn sterk door hem beïnvloed maar hebben de meester nooit kunnen evenaren laat staan overtreffen.

Hier bevinden zich vijf beroemde violen van vioolbouwers uit Cremona.

In de 18 eeuw concentreren de vioolbouwers uit Vogtlandt en Bohemen zich in de stadjes Markneukirchen en Klingental.

In Lotharingen en Vogezen zien we een concentratie van vioolbouwers die tot ver in de 18 eeuw op archaïsche manier blijven werken en instrumenten maken die verwantschap vertonen met de Zuidnederlanse violen.

Vanaf 1558 zijn in Brescia de vioolbouwers Michele Zaneto en Battista Doneda werkzaam.

Alleen sommige vioolbouwers hebben ook het bouwen van strijkstokken geleerd.

De violen van Hendrik Jacobsz. stonden in hoog aanzien en werden in bouw en klankkwaliteit vergeleken met die van de grote Italiaanse vioolbouwers.

Deze lijst van moderne bekende vioolbouwers bevat namen van bouwers van snaarinstrumenten die in de 20e en 21e eeuw ook buiten hun eigen land bekend zijn.

Landolfi is de naam van een Milanese familie van vioolbouwers uit de 18e eeuw.

Vanaf 1707 bouwde Stradivari volgens het kleinere zogenaamde 'forma B' en bijna alle vioolbouwers na hem hebben dit type als standaard aanvaard.

Zijn grootvader en zijn vader waren daar uitstekende vioolbouwers, maar vanaf 1788 tot zijn dood werkte Jean-François in Parijs.

De informatie was vooral afkomstig van Alessandro Maggi en Vincenzo Lancetti, maar daarnaast ook van de vioolbouwers Pietro Mantagazza en Giovanni Guadagnini en anderen die hij kende.

Hij bood de violen nu ook niet aan één, maar aan de grootste vioolbouwers van Parijs aan, Vuillaume, Thibaut en Chanot, die met elkaar concurreerden.