Visboer is een Nederlands woord. Hieronder vind je 10+ voorbeeldzinnen die laten zien hoe het in de praktijk wordt gebruikt.
Visboer betekenis
een handelaar die gespecialiseerd is in de verkoop van vis
Gebruik van Visboer
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: een handelaar die gespecialiseerd is in de verkoop van vis
- In het voorbeeldencorpus komt visboer vaak voor in combinaties zoals: de visboer, een visboer, visboer die.
Context rond Visboer
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 15.3 woorden
- Plaats in de zin: 4 begin, 8 midden, 8 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Visboer
- In deze selectie staat "visboer" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 15.3 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral plaatselijke, slager, garandeert, kunt en zaakvoerder op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "visboer".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn bakker slager visboer en bij de visboer. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "visboer" dicht bij woorden als aaf, aanlegt en aanmodderen, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met visboer
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Of u vraagt uw visboer erom. (6 woorden)
Wel bij een goede visboer halen. (6 woorden)
Ga naar groenteboer, bakker, slager, visboer. (6 woorden)
De ondernemers die er komen opdagen, zoals een drukkerij, een theatermaker, een visboer, een filmdecorateur en een hovenier, betogen stuk voor stuk dat elektrisch vervoer voor hen nog niet bruikbaar is. (31 woorden)
Door die kudt EU betaal ik nu ipv 3,50 euro voor een slibtongetje bij de visboer ineens 7,62 euro, een prijsverdubbeling in minder dan een jaar tijd. (29 woorden)
Mijn visboer heeft wat stoeltjes en tafeltjes staan waaraan je zou kunnen gaan zitten eten, dus eigenlijk is mijn visboer ook een soort van restaurant. (25 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Mijn visboer heeft wat stoeltjes en tafeltjes staan waaraan je zou kunnen gaan zitten eten, dus eigenlijk is mijn visboer ook een soort van restaurant.
De visboer garandeert de oorsprong en de versheid van zijn producten.
Behalve bij uw visboer, kunt u ook online stokvis bestellen via stokvisonline.nl.
Bij mijn wekelijkse kibbeling vond de visboer dat ik in Nederland moest blijven en anders was het laf.
Dat Serge daarmee ook voor eigen winkel pleit, geeft hij meteen toe: hij is de plaatselijke visboer, zaakvoerder van ‘Santé, gezond met vis’.
Dat was een boer, maar ik weet niet of het een koeien- of een visboer was.
De ondernemers die er komen opdagen, zoals een drukkerij, een theatermaker, een visboer, een filmdecorateur en een hovenier, betogen stuk voor stuk dat elektrisch vervoer voor hen nog niet bruikbaar is.
De visboer beweert dat hij nooit geïnformeerd is over een nieuwe regelgeving van de standplaatsen.
De vis wordt ernstig bedreigd, en toch kun je bij elke visboer gerookte paling kopen.
Door die kudt EU betaal ik nu ipv 3,50 euro voor een slibtongetje bij de visboer ineens 7,62 euro, een prijsverdubbeling in minder dan een jaar tijd.
Mijn moeder bestelde bij de visboer altijd een broodje garnalen zonder brood.
Niet zo lelijk doen over mijn visboer, Mosterd.
Of er zonder visserijakkoord nu minder op de markt komt, durfde de visboer niet te zeggen.
Of u vraagt uw visboer erom.
Op een foto hangt bij de visboer een flap met "Warme Kibbeling".
Speciaal voor u ben ik vrijdag naar mijn visboer gegaan om te vragen naar octopus.
Stond laatst met een briefje van 20 bij de visboer.
Wel bij een goede visboer halen.
En dan vraag je bij de visboer om een clupea harengus harengus en dat heeft-ie dan weer niet.
Ga naar groenteboer, bakker, slager, visboer.
Veelvoorkomende combinaties met visboer
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- de visboer 69×
- een visboer 13×
- visboer die 6×
- mijn visboer 5×
- visboer een 5×
- visboer en 4×
- die visboer 4×
- visboer in 4×
- visboer heeft 3×
- visboer om 3×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "visboer" in een zin?
Wat betekent "visboer"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "visboer" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl