Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vlagje.

Vlagje

Vlagje | Vlag | Vlagen | Vlagde | Vlagjes

Voorbeeldzinnen (12)

Het leukste van alles is, de "weidevogel beschermers" gaan in het voorjaar bij elk nest dat ze vinden, stokjes plaatsen, liefst met een vlagje.

Een van hen zwaait met een rood-goudgeel-wit vlagje, de dan typische carnavalskleuren.

Die organiseren seksfeestje met minderjarigen om zo politici chantabel te maken in een land, ze organiseren een valse vlagje als het nodig is, ik vond het oprecht een interessante serie.

Als eerder al gemeld is dit waarschijnlijk bedoeld als vlaggenstok (met een vlagje van het ‘nieuwe’ familiewapen natuurlijk).

In onze klamme handen hielden we wat onbeholpen een rood blinkend vlagje met daarop enkele aanwijzingen.

Toen Tim Cahill (Melbourne City) een doelpunt tegen Central Coast Mariners - de ex-ploeg van Mathew Ryan - wilde gaan vieren aan de cornervlag, vond de ballenjongen er niets beter op dan het vlagje uit de grond te trekken.

Hét beeld van de wedstrijd kregen we echter pas na afloop te zien, toen er op de Britse televisie zowaar een Nederlands vlagje verscheen naast de naam van de triomferende Belg.

Zo kreeg Jasper Stuyven in het begin van de Tour nog een Brits vlagje achter zijn naam.

De twaalf meter hoge meiboom, een paal geschilderd in wit, blauw en rood, staat nog tot eind mei aan het begin van de Sijpstraat te pronken met bovenop een nieuwe replica van het houten vlagje, gemaakt door heemkringvoorzitter Rudy Montigny.

Maar lang heeft mijn vlagje daar niet gestaan hoor ().

De vier bleven héél nipt uit de greep van de meute en het was de Nederlander Asselman die op de meet, vlagje in de hand, nog een meter overhield op de aanstormende meute.

Heb je een vlagje tekort?