Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vogeltje.

Voorbeeldzinnen (20)

Zelf geven ze van zichzelf één gedicht, het klassieke, erg mooie Judith van Breukers en het speelse Vogeltje van Hoorne: Een vogeltje overreden, over een vogeltje gereden.

Een kat, ook al wordt hij thuis gevoerd en ook al wordt hij gestraft en zijn buit afgepakt wanneer hij gepakt wordt na het vangen van een vogeltje, kan het daarna niet laten om weer een vogeltje te grijpen zodra de kans zich voordoet.

Yep, maar een dood vogeltje blijft een dood vogeltje.

Ze proberen zich helemaal in te leven in zo'n vogeltje en wat het beste is voor dat vogeltje', zegt Wessels.

Dat gaat bijna vogeltje voor vogeltje.

De ortolaan speelt een rol in het begin van de novelle, tijdens de stageperiode van Alma, als zij en Maarten op een kerkhof op zoek gaan naar het vogeltje, en aan het eind als Maarten het dode vogeltje aan Alma geeft.

Opbouw Het vogeltje bestaat uit twee glazen bollen (het hoofd en het grotere lichaam) die verbonden zijn met een buis (de hals van het vogeltje) die alleen in de grootste glazen bol nog voorbij het midden doorloopt.

Rouwmars voor een vogeltje De tweede mars voor de dieren die Van Moorsel speelde was de Marcia funebre per un uccelino (Rouwmars voor een vogeltje).

Lach eens naar het vogeltje.

Let op, lach naar het vogeltje!

Jouw vogeltje gaat vliegen.

Lach naar het vogeltje.

Ik ben zo vrij als een vogeltje.

Overal waar een liefhebbende hand broodkruimels voor de vogels had uitgestrooid, at het vogeltje maar een kruimel en schonk de rest weg.

Iedereen, lach naar het vogeltje.

Ik kreeg het van een klein vogeltje te horen.

Tom heeft een vogeltje gered dat uit zijn nest was gevallen.

De kanarie is een klein geel vogeltje.

Het vogeltje zat op een tak van de appelboom.

De winterkoning is een erg luid vogeltje.