Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vondels.

Vondels

Voorbeeldzinnen (20)

Ooit begon Vondels met B2B online, na twee jaar werd er ook een B2C shop geopend.

Hij maakt sinds lange tijd een nieuw werk (, naar Vondels tragedie) voor het gezelschap, dat hij in de vorige eeuw mede zijn artistieke profiel gaf als één van ‘de drie Vans’ (Rudi van Dantzig, Hans van Manen en Van Schayk).

De naam kwam in Holland in de Middeleeuwen vrij veel voor, ook nog in Vondels 'Gijsbrecht'.

De noodzaak om De Groots Vox Dei te vervangen door Gerechtsengel Uriël als woordvoerder van God ligt in Vondels overtuiging dat God zelfs als stem niet op het toneel gebracht mocht worden.

Een verkenning van Vondels drama's naar continuïteit en ontwikkeling in hun grondmotief en structuur door - Deel 2: Salomon - Koning Edipus.

Het eerste is Vondels levenslange belangstelling voor staatzucht of Luciferisme als permanent onderdeel in de gehele geschiedenis van de mensheid, die wel moest uitmonden in een werk over dit onderwerp.

Het schrijven van een klassieke tragedie was Vondels oogmerk bij al zijn toneelstukken.

In 1651 wees Vondels dochter Anna haar vader aan als haar enige erfgenaam en in 1652 lieten Vondel en Anna het huis in de Warmoesstraat en dus ook de zaak geheel aan Joost junior over.

In Vondels tweede bedrijf spreekt Adam met Gabriël.

In zijn kwaliteit van spelleider had hij in Vondels Lucifer een ballet ingevoegd van Adam en Eva met de engelen in het paradijs.

Rembrandts ets uit 1641 waaronder Vondels vers werd gekalligrafeerd.

Vondels scherpe geest, aldus Smit, doorzag de 'lacunes en inconsequenties' van de doopsgezinde lekentheologie, maar trof in de katholieke leer 'alle vastheid en logica (.

Vondelvorser Jan Konst ziet als centraal motief in Vondels Bijbelse spelen na 1640 het morele dilemma, de keuze tussen goed en kwaad.

Zijn aanvallen waren vooral gemunt op Vondels Lucifer.

Zijn grootste bekendheid verwierf hij met de Proeve van Taal- en Dichtkunde; in vrijmoedige aanmerkingen op Vondels vertaalde Herscheppingen van Ovidius (1730).

Zijn Leven van Vondel (1682), verschenen drie jaar na Vondels overlijden, was de eerste in een lange reeks Vondel-biografieën.

Zo kreeg de lezer de indruk dat hij een verbeterde versie van Vondels gedicht in handen had, hoewel de strekking heel anders was: goden komen zich met de bouw bemoeien.

Zo werd Van Lennep ervan beschuldigd 75 jaar eerder ten onrechte het middelpunt van de herdenking te zijn geweest, omdat in de schouwburg niet Vondels treurspelen maar Van Lenneps eigen Een dichter aan de bank van leening over Vondel opgevoerd werd.

Was Vondels beeld niet onderheid, dan kon de dichter inmiddels op ooghoogte het maaiveld overzien.

Delen van de reien (Vondels koorzangen) zijn aan personages gegeven.