Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vormleer.

Vormleer

Vormleer betekenis

de wetenschap of de kunde die betrekking heeft op de ruimtelijke begrenzing van een voorwerp | de wetenschap of de kunde die betrekking heeft op de (uiterlijke) structuur en bouw van iets (zoals bijvoorbeeld van muziek of levende organismes) | kennis over hoe woorden in een taal worden verbogen en hoe uit bestaande woorden nieuwe woorden worden gemaakt

Vormleer translation to English

Voorbeeldzinnen (20)

De tabellen behandelen de vormleer van het lidwoord, het naamwoord en het werkwoord op schematische wijze.

Morfemen zijn de basis van de Friese vormleer, maar ook klinkerveranderingen kunnen een rol spelen, zij het niet in iedere Friese variant in dezelfde mate.

Wie de Estische vormleer wil doorgronden zal zich dus van dit verschijnsel rekenschap moeten geven; een probleem daarbij is dat de gradatie niet altijd uit de spelling blijkt.

Zijn boek Figuratieve vormleer verscheen echter pas in 1979.

Busschop studeerde er verder als autodidact harmonie, contrapunt en muzikale vormleer.

Daarnaast staan theorie, notatie, vormleer en (beknopte) klassieke muziekgeschiedenis op het programma.

Een tweede bezwaar: onder vormleer kun je ook verstaan hoe woordgroepen en zinnen gevormd zijn.

Daarin komen bijvoorbeeld aan de orde: gehoortraining (van blad kunnen zingen, akkoorden herkennen), eenvoudige harmonieleer, vormleer, etc. etc.

De vormleer kent de nominatief, partitief en accusatief, die elk de functie van subject of object kunnen krijgen.

Klank- en vormleer van het Middelnederlands.

Vormleer Het Albanees is een flecterende taal.

Vormleer is een onderdeel van de muziektheorie.

Vormleer zou een beter woord zijn.

Weer wordt er gesproken over de onduidelijkheid van de vormleer.

Geleidelijk aan werden de veranderingen op het gebied van klankleer en vormleer groter.

In 1923 kreeg Moholy-Nagy de opdracht vormleer aan het Bauhaus te onderwijzen.

In dit boek neemt de beschrijving van de grammatica slechts twee bladzijden in beslag, waarop alle regels met betrekking tot uitspraak, vormleer, woordvorming en zinsbouw uit de doeken worden gedaan.

In het algemeen kan gesteld worden dat de Oudsaksische vormleer vrij eenduidig is gebleven.

Onder de naam L. Brandts Buys droeg hij bij aan zijn vaders werk door diens boek Muzikale Vormleer van constructie- en pentekeningen te voorzien.

Opmerkelijk is de uitspraak van de a in verkleinwoorden: jas - jássie, zie hierover de paragraaf "vormleer".