Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vulde.

Vulde

Voorbeeldzinnen (20)

De geur van rozen vulde de kamer.

De menigte vulde het plein.

Bob vulde de pot met water.

Ze vulde het glas met wijn.

Een stank vulde de kamer.

Hij vulde het glas met wijn.

De geur van lelies vulde de kamer.

Vreugde vulde haar hart.

De menigte vulde de zaal.

Tom vulde zijn emmer met zand.

Tom vulde de kruiwagen met zand.

Tom vulde zijn tas met walnoten.

Maria vulde haar tas met walnoten.

Hij vulde zijn tas met walnoten.

Zij vulde haar tas met walnoten.

Tom vulde de drie glazen met sinaasappelsap.

Tom vulde de ballonnen met helium.

Tom vulde de ballon met helium.

Ik vulde een vaas met water.

Hij vulde de fles met water.