Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Waaide.
Voorbeeldzinnen (20)
Het waaide twee dagen geleden.
De wind waaide.
Het waaide hard.
De wind waaide tussen de bomen en liet de bladeren ritselen en dansen.
Een zachte, noordwestelijke wind waaide door de stad.
Het was koud, en bovendien waaide het ook.
Er waaide een frisse wind.
De schoorsteen waaide van het dak.
Het was kerstavond en er waaide die nacht een vreemde wind.
Misschien waaide hij weg, onderweg naar het werk, vanmorgen.
Bij de stadsclub waaide op dat moment een frisse wind door de club en Cageling moest de nieuwe hoofdtrainer worden.
Die eerste keer waaide er een gemene wind met ijzige regendruppels en ik voelde medelijden.
Filip moest op een gegeven moment de baret op zijn hoofd tegenhouden, of zijn hoofddeksel waaide weg.
Gisteravond waaide de kerstboom op de Markt van Oudenaarde omver.
Het gevaarte waaide om en beschadigde daarbij het zonnescherm van een horecabedrijf.
Het kusttoerisme was geboren en de mode waaide van Engeland over naar het continent.
Het regende en waaide hard, waarbij de tiener bereik op zijn telefoon probeerde te krijgen en het bos in liep.
Het waaide stevig op de zaterdag, met af en toe flinke rukwinden.
Hij had zich naar eigen zeggen eerst verstopt in het tuinhuis van de slachtoffers, maar de deur waaide constant open.
In Dongen bijvoorbeeld, werd een aantal mensen letterlijk dakloos, omdat het dak van een huizenblok waaide.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl