Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Waardeel.

Waardeel

Waardeel | Waardeelhouders

Waardeel betekenis

eenheid van aandelen in een boermarke, de gemeenschappelijke bezittingen van een buurschap

Voorbeeldzinnen (8)

De kerk bezat echter ook een waardeel om zo eigen inkomsten te kunnen verwerven en bovendien werden er 1 of 2 waardelen gereserveerd voor nieuwkomers.

In een publicatie in Ons Waardeel heeft de Gasselter historicus Jan Kroezenga aangetoond, dat geen van de Gasselter predikanten met de naam Bernardus Fabritius zijn kerkelijk ambt heeft verruild voor dat van turfgraver.

Tastbaar bewijsHanskamp beschrijft samen met Hans van Dam in Waardeel, het tijdschrift van de Drentse Historische Vereniging, de plannen voor de annexatie.

Er wordt door diverse getuigen verklaard, dat Cornelis wel een kwart waardeel in de marke van Gieten bezat en wel zoveel vastgoed had, dat er tegen de 100 gulden in grondschattingen wordt betaald.

Al in de middeleeuwen werd er onderscheid gemaakt tussen de eigenerfde die een volledig erf ( waardeel ) bezat, en eigenaren van keutersteden ( Nedersaksisch köter), kleine "onvolledige" goederen (vergelijk kot ).

Eigenaars van een gewaard erf, zelfstandige boeren met meer dan een kwart waardeel ( eigenerfden ) werden "geërfde", “erfman” of “goedsheer” genoemd.

Nieuwsblad van het Noorden d.d. 14 september 1963 De Drentse historicus M.A.W. Gerding plaatste in een artikel in "Ons Waardeel" vraagtekens of het wapen in het Drents Museum wel het echte moordwapen is geweest.

Zoals op veel plaatsen in Drenthe waren de woeste gronden rond het dorp gemeenschappelijk bezit, waarin de verschillende bewoners een zogenaamd waardeel bezaten.