Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wachtten.

Wachtten

Voorbeeldzinnen (20)

Dus de politici wachtten en wachtten... totdat we alle indringers hadden verdreven.

Ze wachtten en wachtten, maar niemand daagde op.

We hielden onze adem in en wachtten op de resultaten van het experiment.

We wachtten lang, maar hij kwam niet.

We stonden voor de deur en wachtten.

Vele mensen wachtten in de rij.

De kinderen wachtten gretig op de eerste sneeuw omdat ze een sneeuwman wilden maken.

De kinderen wachtten gretig op de eerste sneeuw om een sneeuwman te maken.

Zijn vrienden wachtten op hem bij het station.

De leraar vroeg me of ik klaar was en voegde eraan toe dat allen bij de schoolpoort op me wachtten.

Haar vrienden wachtten op haar bij de poort.

Er wachtten hem veel problemen.

Al Toms klasgenoten wachtten op hem.

We wachtten een tijdje, maar hij kwam niet.

We wachtten urenlang.

Tom en zijn hond wachtten buiten op Maria.

We wachtten de hele nacht op haar.

We wachtten tot half drie.

Met ingehouden adem wachtten wij op het resultaat.

Ze wachtten op het startsein.