Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Waggelt.

Waggelt

Voorbeeldzinnen (20)

Het kwaakt en waggelt als een eend en dan kwaakt het ook nog eens als er brood in de vijver wordt gegooid, maar nee het is geen eend.

Prachtig die scene op het einde van Anja Meulenbelt; als het staat op twee poten, en het waggelt als een eend en het kwaakt als een eend.

Ze hebben daar een soort van plaatselijke beschermheilige, een zekere Genarín, een zwerver was dat, die jaarlijks wordt geeerd met een processie waar iedereen strontlazarus op straat waggelt.

Ach, als het kwaakt en waggelt als een eend, is het waarschijnlijk een eend.

Dan ‘waggelt’ de MG een beetje.

En Frans schrokte nog een dikke vette hap weg, alvorens hij zich naar de bedstee waggelt.

Maar er hupst, waggelt en vliegt veel meer rond dan mussen alleen.

Nee hoor, want dan staat Aya plotseling op, waggelt ze en gaat ze zitten.

Wie uit de toiletten loopt – of bij momenten waggelt – stopt even voor het scherm, om de mensen op het terras buiten een update te verschaffen.

Ze staat op 27, dus als vier kamerleden het kabinet ingaan waggelt ze binnen.

De kleine waggelt van haar tante Sophie naar haar moeder toe, wat op applaus van beide kan rekenen.

Moet je eens even kijken bij het vers stokbrood als het een familie hoofddoekjes met een karretje waggelt.

Ze waggelt als ze loopt.

De inmiddels dronken Dankhopf waggelt de schuur uit en wordt prompt gedood door mitrailleurvuur van oprukkende Tigertanks.

Een dikke Pool, goed op weg naar formaat Timmerfrans, trekt een ridderpakje aan, doet infantiel schijngevechtje en waggelt vervolgens stoer kijkend door het beeld.

Zij is ook op het eerdere filmpje duidelijk in beeld als zij terug waggelt naar haar auto.

Het waggelt als een eend.

Kim waggelt een beetje als hij loopt.

Zo waggelt ome Kees ook altijd als ie gezopen heeft.

En maar wegkijken terwijl de Sharia-politie over straat waggelt.