Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wandelden.

Wandelden

Wandelden | Wandeld

Voorbeeldzinnen (20)

Daarna ontmoetten ze elkaar iedere middag op de kade, ontbeten samen, dineerden, wandelden en bewonderden de zee.

We wandelden langs de oevers van de Thames.

We wandelden rondom de vijver.

We wandelden ongeveer vijf mijl.

Zij wandelden langs een bergpad.

We wandelden op het duin.

We wandelden tussen de bomen.

Wolharige mammoeten wandelden ooit rond op aarde.

En toen zij samen wandelden, zei Izaäk tegen zijn vader Abraham: "Vader!" "Ja, mijn zoon", antwoordde Abraham. Izaäk vroeg: "Het vuur en het hout is hier, maar waar is het lam voor het offer?"

We wandelden gewoon over straat, we hadden het over waarom mensen geen kieuwen hebben.

De beelden doen denken aan een video die viraal ging na een aardbeving in China in augustus 2018, toen enkele verpleegsters drie kinderen uit hun couveuses haalden, in dekens wikkelden en met hen naar buiten wandelden.

Flores en zijn bendeleden wandelden de gevangenis binnen en buiten, alsof het een gewoon hotel was.

Mientje en ik wandelden op een mooie zondagmiddag met Peppie, de vrolijke langoor, over dat mooie laantje.

Nalachend wandelden Mientje en ik in het pikkedonker terug over de brug naar onze hotelkamer.

Ook de obligate Emmaüsgangers wandelden weer ergens voorbij.

S.B. en M.B. stapten kortstondig de winkels H&M en Snipes binnen en wandelden nadien naar de Blauwhondstraat.

Sommigen wandelden door tot het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika.

Veel spelers wandelden over het veld, zonder in de problemen te komen.

De aanwezigen wandelden in groep naar de plek en herdachten Conings.

De inwoners van Katelijne wandelden de voorbije weken het meest en lieten zo Bonheiden en Mechelen achter zich.