Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Warmoesstraat.

Warmoesstraat

Voorbeeldzinnen (20)

De Warmoesstraat in Amsterdam met de leerbars en -winkels herkenbaar aan de vlaggen De leercultuur van homo's met een leerfetisj deed zijn intrede uiterlijk in 1957, toen Hotel Tiemersma in de Warmoesstraat geopend werd.

Als bewonert van de lieve stad opteer ik voor het annexeren van de Bijenkorf parkeergarage aan het Damrak ingang via Beursplein, hoe toepasselijk en achteringang (ha ha) via de Warmoesstraat.

Als Marijn over de levendige Warmoesstraat vertelt, is dit straatbeeld levensgroot te zien; wanneer ze inzoomt op de bedstee, zien we erotische etsen.

De eenentwintig werkpakken uit de serie zijn t/m 14/5 te zien in Galerie De Schans, Warmoesstraat 67 in Amsterdam.

En is het en was het toen ook niet leuk toen jij ging hoerenlopen op de Warmoesstraat.

Ik moet er wel bij zeggen dat de warmoesstraat en zeedijk er al jaren een stuk netter bijliggen dan toen ik er in mijn jeugd letterlijk struikelde over de junks en hun ( nacht) apothekers.

Na de colleges nam ik Martin mee naar mijn toenmalige stamkroeg Casa Maria aan de Warmoesstraat, recht tegenover de Lange Niezel.

Een pand van A.S.C. aan de Amsterdamse Warmoesstraat.

Dat was een vaag nachtcafe in de Warmoesstraat, geen idee of heet nog bestaat maar het lijkt me niet de meest geschikte naam nu.

Aan de Warmoesstraat krijgt Vledder een telefoontje.

Bij de Guldehandsteeg, die het water verbindt met de Warmoesstraat zit in deze gevelrij nog de enig overgebleven "waterstoep", waar schepen werden gelost.

De poort stond aan het einde van de Kerkstraat (die later Warmoesstraat ging heten) in de buurt van het IJ.

De Warmoesstraat heette dan ook heel lang de Vleeshouwersstraat.

Doorman begon in 1810 een boekhandel te Amsterdam aan de Warmoesstraat.

Een oud collega van het bureau Warmoesstraat, Hans Rijpkema, neemt daar de honneurs waar.

Hij werkte op de Warmoesstraat toen Baantjer begon te schrijven.

In 1651 wees Vondels dochter Anna haar vader aan als haar enige erfgenaam en in 1652 lieten Vondel en Anna het huis in de Warmoesstraat en dus ook de zaak geheel aan Joost junior over.

In de tweede helft van de twintigste eeuw verdwenen deze echter en ging de Warmoesstraat door leegstand snel achteruit.

In het historisch centrum bevindt zich een aantal kleine karakteristieke winkelstraatjes, zoals de Warmoesstraat, de Schagchelstraat en de Kleine Houtstraat.

Joost van den Vondel dreef in de Warmoesstraat een kousenwinkel en Gabriëlle declameerde zijn versregel: “Men smoore ’t wassend quaet, bijtijds in zijn geboorte “.