Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Warmpjes.

Warmpjes

Warmpjes betekenis

lekker warm

Voorbeeldzinnen (20)

Hij zit er al warmpjes bij en zal er ook wel warmpjes bin blijven zitten.

Ben jij zo'n koukleum die altijd koude handen, koude voeten en een koude neus heeft, terwijl je huisgenoten er lekker warmpjes bij zitten?

Bijna elke werkende 50+-er die ik ken zit er warmpjes bij.

Dan zit knaapje Jetten ergens in het buitenland er heerlijk warmpjes bij op z'n wachtgeld regeling.

De familie Ter Horst zit er warmpjes bij.

Die het wat beter hebben en er warmpjes bijzitten.

Die wetenschappers van tegenwoordig zitten er ook lekker warmpjes bij.

Dus die spermaemmers moeten niet zeuren, zitten er over 20 jaar warmpjes bij hoor.

Elon Musk is 44 miljard dollar armer door de aankoop van berichtendienst Twitter, maar toch zit hij er deze kerstdagen warmpjes bij.

Helmonder Antoine Post heeft er warmpjes bijgezeten de afgelopen winter.

Hiemstra zit er vast wel warmpjes bij.

Ik heb tijdig extra veel papiergeld ingeslagen en zit er komende winter warmpjes en netjes afgeveegd bij.

Kast van een splinternieuw appartement, zat er warmpjes bij maar Dolle mina geweest en zat ook bij de rooie vrouwen.

Misschien zitten u en ik er relatief warmpjes bij, maar velen krijgen niks erbij elk jaar.

Om zich warmpjes tegenaan te vlijen in deze barre tijden.

Overigens kan je van een kale kip niet plukken dus als de schade daadwerkelijk vergoed wordt betekent dat de familie er ook warmpjes bij zit.

Truien aan, extra deken op je bed één minuut douchen en liever niet elke dag en de bovengemiddelde inkomens zitten er op alle manieren warmpjes bij.

Wij denken in Europa wel dat we er warmpjes bij zitten – met voldoende voorraden, gedaalde prijzen, en nu nergens tekorten – maar dat kan zo weer omslaan.

Zal jaren duren voordat ze weer wat sympathie krijgen van de gemiddelde Amerikaan maar narcist Rapinoe zit er warmpjes bij dus who cares zal ze denken.

Zolang de wind lekker uit het westen komt zitten wij er redelijk warmpjes (en nat) bij.