Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Wedden.

Wedden

Wedden betekenis

geld inzetten op een toekomstige gebeurtenis

Synoniemen van Wedden

Voorbeeldzinnen (20)

Deze enorme groei komt voort uit twee zaken: de opkomst van wedden via de smartphone en in-play wedden: het wedden op vrijwel elk aspect van een wedstrijd terwijl die wordt gespeeld.

Hij had bedacht dat iedereen om hem zou wedden, dus als hij nou op Jezus zou wedden en dan zou doen alsof Jezus won, hij al het geld zou krijgen.

Ik durf erop wedden dat we ons allen die vraag al meermaals hebben gesteld.

Wedden dat ik sneller loop dan jij?

Ik zei hem: "Ik durf wedden dat je van haar houdt." Hij antwoordde: "Dat klopt!"

Hij is toch altijd te laat en wedden dat hij zijn antwoord nog een week antedateert ook?

Ik durf wedden dat jij op niets goeds uit bent.

Ik durf wedden dat Tom nooit zo tegen jou gepraat heeft.

Wil je wedden?

Wilt u wedden?

Zullen we wedden?

Ik zou daar niet op wedden.

Ik zou er niet op wedden.

Hoezo? Wilt u niet wedden? Bent u een heiden?

Ik durf te wedden dat er niets gaat gebeuren.

Wedden dat je dit weet?

Ik durf te wedden dat Andy daarin zit.

Lello, wedden dat je vanavond iets beters vindt?

Wedden dat het 23 stappen zijn?

Wedden dat het goed smaakt, hé?