Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Weekendticket.
Voorbeeldzinnen (12)
Een weekendticket kost dit jaar 70 euro, voor een dagticket betaal je 44 euro.
Zowel de mensen die een weekendticket gekocht hadden als zij met een dagticket hadden recht op een compensatie.
Een weekendticket voor Rock Werchter wordt volgend jaar bijna 25 euro duurder.
Een weekendticket kost twintig euro.
Liefhebbers die vanaf vandaag willen boeken kunnen meteen voor een Weekendticket gaan.
Wie een week van tevoren een weekendticket naar Brussel boekt betaalt 66 euro.
Met 37 euro voor een weekendticket is het ook nog eens prima geprijsd.
Niet toevallig 5 euro goedkoper dan een weekendticket van Best Kept Secret.
Door een gebrek aan droge staplekken werd woensdag gevraagd of vijfduizend campinggasten vrijwillig hun weekendticket wilden annuleren.
Om campinggasten over de streep te trekken hun weekendticket in te leveren, deed Intents Festival hen een aanbod.
Voor een weekendticket betaalt u 12 euro.
De snelste vroege vogels kunnen een dagkaartje kopen voor 8 euro en een weekendticket voor 15 euro (kinderen 4 euro voor een dag en 6 euro voor het hele weekend).
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl