Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Weeklagend.

Weeklagend

Weeklagend | Weeklagende

Voorbeeldzinnen (5)

Zeer langzaam en bibberend staat de Koude Genius op, weeklagend en jammerend dat hij oud en verstijfd is; hij wil weer bevriezen.

Evenzo de zeventiende-eeuwer Jan Vos, met een vorstin die weeklagend over de restanten van diezelfde kinderen gebogen zit, die even eerderd 'zo gierig' door de moeder zijn 'ingeslokt'.

Ook bedt hij zijn gevoelens van zondigheid en onmacht in in de beschrijving van zijn besef van Gods kracht en vertrouwt hij zich nu eens weeklagend, dan weer berustend toe aan deze hogere macht.

Lady Macbeth slaapwandelt 's nachts ijlend en weeklagend door het huis, bespied door een hofdame en een arts.

Weeklagend boog zijn geliefde, Inanna een jonge incarnatie van de godin, zich over het lichaam.