Ontdek Weekpas via 4 voorbeeldzinnen uit het Nederlands, met uitleg van de betekenis. Ideaal voor taalgebruikers, schrijvers en taalliefhebbers.
Weekpas in een zin
Weekpas betekenis
een pas die een geldigheidsduur heeft van één week; een pas die toegang tot iets verleent voor de duur van één week
Voorbeeldtypes met weekpas
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Vraag een gratis weekpas aan! (5 woorden)
Men heeft om een fiets te kunnen gebruiken een abonnement (jaarkaart), weekpas of dagpas nodig. (15 woorden)
Een weekpas voor dit festival kost normaal 70 euro, maar is nu verkrijgbaar voor slechts 49 euro! (17 woorden)
Voor 7,65 euro per dag kun je ongelimiteerd ritjes van een half uur maken; een weekpas kost 19,25 euro. (21 woorden)
Een weekpas voor dit festival kost normaal 70 euro, maar is nu verkrijgbaar voor slechts 49 euro! (17 woorden)
Men heeft om een fiets te kunnen gebruiken een abonnement (jaarkaart), weekpas of dagpas nodig. (15 woorden)
Een weekpas voor dit festival kost normaal 70 euro, maar is nu verkrijgbaar voor slechts 49 euro! (17 woorden)
Vraag een gratis weekpas aan! (5 woorden)
Voorbeeldzinnen (4)
Men heeft om een fiets te kunnen gebruiken een abonnement (jaarkaart), weekpas of dagpas nodig.
Een weekpas voor dit festival kost normaal 70 euro, maar is nu verkrijgbaar voor slechts 49 euro!
Voor 7,65 euro per dag kun je ongelimiteerd ritjes van een half uur maken; een weekpas kost 19,25 euro.
Vraag een gratis weekpas aan!
Veelvoorkomende combinaties met weekpas
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- een weekpas 2×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "weekpas" in een zin?
Wat betekent "weekpas"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "weekpas" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl