Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Weeten.
Voorbeeldzinnen (7)
Hij bekommerde zich zeer Om dat volky dat elendige en arme Volk dat veeltyds by de waereld gehaat en gesmaat word na het herte te spreeken; met dat volk houden wy het want wy weeten dat God met haar is dat het een zaat is dat de Heere gezegent heeft.
Verder kan een overheid wel zo veel weeten verziine maar die wetten moet wel redelijk zijn en niet de privacy of het zelfbeschikkingsrecht schenden.
Alwaer ick niet en kan voor-by gaen / 't geene hier aenmerckens waert is / te weeten / dat de liniael FDK in 't beschrijven met sijn midden de Parabola in 't punt D dorgaens komt te raecken.
Doch deeze twee gedichten waaren maar voorloopers van grooter werk, dan de Dichter lang aan hadt gearbeidt te weeten d’ Alltaargeheintenissen, die hij in ’t naajaar te voorschijn braght.
Strooy een groote hant vol suycker op de dese toestel, en sprey een goede brock van varsche butter daer over, te weeten omtrent een half vierendeel, die plat uytgedruckt zy, en op de suycker geleght word.
Te weeten, dat Mr. Marten de Peyster een huis geheurt heeft om een school op te richten, dan can gheen borge stellen dat de implementen in haer geheel sullen blijven; daeromme hij sulcx van ons ende de Francoysen versoect.
Zou men de zaak niet mogen weeten?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl