Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wegging.

Wegging

Wegging | Weggingen | Weggen | Wegg | Weggers

Voorbeeldzinnen (20)

Ik vond het niet erg dat ze wegging, want ze week af van de richting die ik wou maar vond het ook jammer dat jij niet met een 'mooi' biggetje wegging.

Pas toen Chikako bij me wegging, realiseerde ik mij hoeveel ik van haar hield.

Ik begrijp niet waarom hij zo opeens wegging.

Tom wachtte tot Mary wegging.

Je bofte dat je op dat moment wegging.

Tom kwam net nadat jij wegging.

Ik dacht dat ze niet meer wegging.

Ik dacht dat hij niet meer wegging.

Heb je Maria gevraagd waarom ze wegging?

Hebt u Maria gevraagd waarom ze wegging?

Tom weet niet waarom Mary wegging.

Ik ging weg nadat Tom wegging.

Wil je weten waarom mijn vrouw bij me wegging?

Ik zou willen dat je wegging.

Sami wou niet dat ik wegging.

Tom was degene die vroeg wegging.

Tom wilde dat Maria wegging.

Ik zei tegen Tom dat het goed was dat hij wegging.

Tom vroeg me waarom ik vroeg wegging.

Als je nu wegging, zou het dramatische gevolgen hebben.