Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Welstellend.
Welstellend betekenis
voorzien zijn van ruime financiële middelen
Voorbeeldzinnen (14)
Tom is welstellend.
De glasramen met de wevers aan het werk met ervoor iemand aan een spinnewiel, die zich ooit in het koor bevonden hebben, beelden schenkers uit: het gilde van de wevers dat zeer welstellend was.
De verkoop draaide goed en ‘Le Meissonier des dames’, zoals Van Beers genoemd werd, groeide uit tot een welstellend man.
Hij stond er ingeschreven als arbeider, maar door zijn huwelijk met Jeanne, Eugénie, Marie de la Rocca was hij ook eigenaar en welstellend.
Hij was dan ook al getrouwd met Barbara de Fevere, de dochter van een welstellend lakenkoopman.
Vooral Johannes de Monte was een welstellend en invloedrijk man.
De jonge Albert Jean-Baptiste Joseph Thys, zoals hij voluit heette, werd binnen een welstellend gezin geboren op 28 november 1849 in het Waalse dorpje Dalhem-lez-Visé.
Dankzij de winstgevende handelsactiviteiten van de grootmoeder, Rosalie Keirse, getrouwd met Leonard Laureyns, waren ze welstellend geworden.
De verdeling na zijn overlijden toont aan hoe welstellend hij was.
Dit wijst er nog eens op dat de leden van de Augustales en Severi Augustales welstellend waren.
Niet onterecht want in 1910 slonk het aantal leerlingen tot 178. Zowat alle Vlaamse steden hadden in die tijd een dunne Franstalige bovenlaag die op politiek, economisch en sociaal vlak de lakens uitdeelde en die welstellend was.
Hij was dus behoorlijk welstellend.
Op weg naar de gevangenis worden ze opgemerkt door een welstellend koppel.
Van meetaf aan wist hij een internationaal, welstellend, vaak adellijk cliënteel aan te trekken.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl