Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wiedde.

Wiedde

Wiedde | Wieden | Wieder | Wied | Wieds

Voorbeeldzinnen (2)

Mijn grootmoeder wiedde onkruid in de achtertuin.

Ze was opgegroeid tussen zes koeien, één varken, kippen en konijnen, een vader die boerde en op de markt scharrelde, haar moeder die naast de zorg voor vijf kinderen de bananenplantage onderhield, de akker ploegde en wiedde, zaaide en oogstte.