Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wiegden.
Wiegden
Voorbeeldzinnen (7)
Hun mondkapjes wiegden aan hun infuusrekjes.
Daarna pakte Apollo zijn lier, en zijn tonen wiegden als golven op de zachte bries, vloeiend en verrukkelijk.
Wanneer onder de mis de priester het kindje op het altaar begon te wiegen en Eia, eia, eia zong, wiegden ook alle kinderen hun kindjes en zongen van Eia.
Een paar gasten, die de traditie in hun hart bewaard hadden, wiegden zacht mee, als zaten ze in een café aan de Boulevard Saint-Michel, en er steeg iets existentieels uit ons aller feestelijke aanwezigheid op.
Ze wiegden in de zomerbries en straalden in het gouden zonlicht.
Hij keek naar haar heupen en borsten, en naar de zware billen, die wiegden.
Daarna pakte Apollon zijn lier, en zijn tonen wiegden als golven op de zachte bries, vloeiend en verrukkelijk.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl