Voorbeeldzinnen (7)
Doordeweegs zit Herman op kantoor, moar in ‘t wiekend dan isie hoer.
Goed begin van het wiekend.
Behalve in de tuinen treft men werk aan in de diverse gebouwen zoals de Boerenschuur, Ruysend Riet en Wiekend.
De Nationale Molen- en Gemalendag wordt evenals de laatste jaren een heel ‘wiekend’ gehouden, en wel op zaterdag 8 en zondag 9 mei.
Je eenzaamheid is een winderig platform van machteloosheid 'waarop zij wiekend landt als ze je van de modus van het hier komt losmaken'.
Eave unne truukblik op het aafgeloupe wiekend.
Op de cd's kun je aan zijn spraakgebrek goed merken dat hij nog niet heel lang in Nederland woont ('Plettig wiekend, heee!') ; Gerrit Pijnenburg :De dirigent van het fanfareorkest "De Roetetoeters".
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl