Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wierp.

Wierp

Wierp | Wierpen

Voorbeeldzinnen (20)

Na de moord op zijn vader in 1999 zat hij jarenlang ondergedoken, maar vanaf 2003 wierp hij wierp hij zich op als de verlosser van de verdrukte sjiieten.

"Nou..." zuchtte Dima, keerde zich vervolgens naar de verkoopster en wierp haar een moordzuchtige blik toe, "ik geloof dat ik nu geen keus heb..."

Dat kind wierp een steen naar de hond.

Ze wierp me een vuile blik toe.

De wind wierp de bomen omver.

De auto wierp een stofwolk op.

Tom wierp Maria een lelijke blik toe.

Zij wierp een blik in zijn richting.

De man wierp zijn fluit in het meer.

Ze wierp van angst haar armen om hem heen.

Tom wierp de foto's van zijn vriendin in het vuur.

Tom wierp een blik op zijn horloge.

Tom wierp een blik op het menu.

Tom wierp de klokhuizen van de appels in de gft-bak.

Hij wierp me een vuile blik toe.

Ik wierp de bal naar Tom.

Ze wierp een blik over haar schouder.

Ik wierp Tom een kushandje toe.

De jongleur wierp een brandende stok naar zijn partner.

Het glas-in-loodraam in het appartement wierp mooie stralen gekleurd licht op de houten vloer.