Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wijkers.

Wijkers

Voorbeeldzinnen (7)

Met dat zwemmen ben ik gestopt toen een stel Wijkers na een potje voetballen zonder te douchen het bad in dook,: het personeel zei er niks van.

Wijkers is sowieso tuig.

Aan weerszijden van de Schijndelseweg komen zogeheten wijkers en blijvers.

WIJKERS EN BLIJVERS Hoewel het feest vrijdagmiddag losbarst, wordt het laatste deel van de Schijndelseweg de komende weken nog onder handen genomen.

Het kan vandaag de dag niet meer zo zijn dat de blijvers ook nog een groot deel van de wijkers blijft onderhouden.

Centraal staat het gezin van Kneel en Hanne Wijkers met hun zoons Wouter en Japke en dochters Daatje, Betje en Mientje.

Hieruit ontwikkelde zich de fruitteelt met het blijver-wijker-systeem, waarbij aanvankelijk dicht werd geplant en op latere leeftijd de wijkers werden gerooid.