Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wijt.

Wijt

Voorbeeldzinnen (20)

Wijdt zou wijt moeten zijn: dat wijt hij aan, van verwijten.

Afgaande op een eerste rondgang door het bedrijf en de boeken, wijt Waninge de ondergang van de eerder succesvolle webshop aan een reeks oorzaken.

Ajax-aanvoerster Sherida Spitse wijt de kansloze 3-0-nederlaag bij AS Roma in de Champions League onder meer aan het gebrek aan ervaring van haar ploeg.

Al wijt ze dat niet alléén aan Ken en Babie; wegens de coronapandemie was er al een tekort.

Big Bazar wijt de problemen aan de hevige stijging van de energieprijzen na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne.

Bontenbal wijt dat deels aan de lastige politieke verhoudingen.

De EU wijt het handelstekort daarnaast aan Chinese productie- en exportsubsidies en aan de moeizame Europese toegang tot de Chinese markt.

De toenemende dakloosheid wijt de bestuurder vooral aan het grote volkshuisvestingsprobleem waar Nederland mee kampt.

De verwachte stijging van het overheidstekort dit jaar wijt het Planbureau aan de vertraging van de economische groei, vertraagde effecten van de hoge inflatie op bepaalde ontvangsten en uitgaven en de stijging van de rentelasten op de schuld.

Een grootmoeder vindt haar kleinkinderen te dik en wijt dit aan het ongezonde eetbeleid dat haar dochter en schoonzoon thuis voeren.

Haar gebrek aan voorstellingsvermogen wijt Gutowitz aan de schaarse verbeelding in films en popcultuur van lesbische liefdes die daadwerkelijk geconsumeerd worden.

Het management wijt dit hoofdzakelijk aan de (afnemende) impact van Covid-19, maar dat vertelt niet het gehele verhaal.

Hij wijt dat aan „neoliberaal beleid” van verschillende kabinetten.

Hij wijt de visafname aan het storten van baggerslib dat uit de haven van Delfzijl wordt gehaald.

Hij wijt het drama indirect aan de aanwezigheid van wolven in de regio.

Hij wijt het grote aantal parkinsongevallen in zijn regio aan het pesticidengebruik in de land- en tuinbouw.

In een handgeschreven commentaar wijt de klastitularis in het vierde leerjaar zijn mindere resultaten, van 80 naar 52 procent in één schooljaar tijd, aan “slippertjes” en “het buurten”.

Kaag wijt de nederlaag van D66 en vrijwel alle andere gevestigde partijen bij de jongste Provinciale Statenverkiezingen aan toegenomen onzekerheid en ongelijkheid.

Men wijt de toenemende bijziendheid graag aan de verknochtheid van kinderen aan smartphones.

Sadilek wijt het verval na rust niet aan gemakzucht.