Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Windingen.

Windingen

Windingen | Winding

Voorbeeldzinnen (20)

De (primaire) laagspanningsspoel heeft weinig windingen van dikke draad, de (secundaire) hoogspanningsspoel heeft veel windingen van dunne draad.

Deze buikpotige had een scherpe, kegelvormige schelp met bolle windingen met een zeer duidelijke, door schuingerichte lijnen doorkruiste spiraalsculptuur, die door een duidelijke sutuur (afscheiding tussen twee windingen) werd begrensd.

Deze zeeslak had een spits uitlopende en tere, regelmatige schelp met een traliesculptuur, een smal rostrum, fraai gewelfde windingen, een slanke top en een duidelijke sutuur (afscheiding tussen twee windingen).

Vanaf de zijkant gezien, bevatte de hoge spira de contouren van een spitsboog met licht golvende zijden, nauwelijks ingetand door de ondiepe sutuur (afscheiding tussen twee windingen) tussen de gering bollende windingen.

Beschrijving Deze buikpotige had een hooggewonden, slanke schelp met kenmerkende holstaande windingen en overduidelijke, zich juist boven de sutuur (afscheiding tussen twee windingen) bevindende kielen.

Beschrijving Deze wenteltrap heeft een spits toelopende, uit bolle windingen bestaande horen van calciet, begrensd door een diepe sutuur (afscheiding tussen twee windingen) met vele, uit samengedrukte lamellen bestaande, lijstvormige verticale ribben.

Centraal bevindt zich de trechtervormige umbilicus (open ruimte aan de onderzijde) die de onderzijde van de windingen tot aan de bovenzijde vrijwel blootlegt.

De binnenwanden en de spil van de oudste windingen zijn opgelost.

De eerste drie topwindingen zijn half doorschijnend hoornbruin en de overige windingen hebben een witachtig soms wat grijsblauwe kleur.

De lus wordt gemaakt door sleuven in het wegdek te frezen van bijvoorbeeld 10 mm breed en 40 mm diep in een rechthoekige lay-out en hier een of twee windingen van geïsoleerd koperdraad in te brengen.

De schelp van het type-exemplaar is 32 mm lang, heeft een grootste diameter van 6,7 mm en telt 13,5 windingen.

De schijfhoren heeft een sterk afgeplatte, schijfvormige schelp met zes windingen.

De soorten uit dit geslacht hebben kleine slanke schelpen met meerdere windingen.

De spitse apex is vrijwel uitsluitend bij jonge exemplaren te zien, bij oudere exemplaren ontbreekt die, waarschijnlijk door oplossing van de oudste windingen.

De verhouding tussen het aantal windingen van de primaire spoel en de secundaire spoel geeft de factor waarmee de spanning omhoog, dan wel omlaag wordt getransformeerd.

De windingen aan de bovenzijde bevatten langs de bovenrand een uit spitse knobbels bestaande spiraalrichel, met daaronder fijnere richels.

De windingen zijn aan de bovenzijde sterk afgevlakt en aan de onderzijde zwak gewelfd.

Deze ammoniet had een evolute, los gewonden schelp met een gekielde buikzijde en op doorsnede hoekige windingen.

Deze ammoniet had een evolute schelp met een afgeronde buikzijde en snel in omvang toenemende windingen, die elkaar echter niet raakten.

Deze buikpotige kenmerkte zich door de door diepe inkepingen gescheiden, lange spiraalvormige schaal met ronde windingen.