Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Winkelbediende.

Winkelbediende

Winkelbediende | Winkelbedienden | Winkelbediendes

Winkelbediende betekenis

verkoper of verkoopster in een winkel

Synoniemen van Winkelbediende

Voorbeeldzinnen (20)

Hij werkt als winkelbediende.

Ik ben winkelbediende.

We werden bediend door een beleefde winkelbediende.

Ben winkelbediende geweest naast een Aldi en die lui hebben echt een immense werkdruk (+onderbetaald) en ziekteverzuim.

De winkelbediende en de moeder hebben een gesprek, begint dat kind er plots tussendoor te tetteren en slaat tegelijkertijd op de arm van haar moeder.

Maar dat is buiten de winkelbediende gerekend, die erin slaagt om hem te ontwapenen.

Met een bedekt gezicht bedreigde hij een 17-jarige winkelbediende met een mes.

Winkelbediende is al een uur op zoek in het magazijn.

Ongeveer tien jaar geleden is ze gescheiden van haar man en ging ze als winkelbediende aan de slag bij de bakkerszaak.

Persoon 5 heeft de tas van een winkelbediende gestolen en heeft met de bankkaarten frauduleuze geldafhalingen gedaan.

Daarnaast waren er twee zwarte tassen aangetroffen die volgens de winkelbediende van de Nederlander waren.

Volgens winkelbediende Michiel Gysemberg wordt daar in de praktijk echter niet altijd gebruik van gemaakt.

Een van de drie vroeg aan de winkelbediende informatie over enkele zaken in de winkel.

Het is mij bijvoorbeeld wel eens overkomen dat iemand aan mij vroeg waar de paskamers waren en andersom heb ik in de zomer (geen jasje) ook wel eens een klant voor een winkelbediende aangezien.

Hij kocht er een lottobiljet, kreeg het verkeerde van de winkelbediende, maar besloot het toch te houden.

Toen de winkelbediende de diefstal vaststelde, sloeg ze alarm bij de politie.

De film vertelt de verhouding van Walt (Tim Streeter), een homoseksueel winkelbediende, tot twee jonge berooide Mexicanen, Johnny (Doug Cooeyate) en Roberto Pepper (Ray Monge).

Enige uitzondering is een winkelbediende, die niet uit Innsmouth komt.

Gantois werd beroepshalve winkelbediende en medewerkende echtgenote op het landbouwbedrijf van haar man.

Hij was zoon van winkelbediende Wilhelmus Adiranus Elders en Maria Catharina Janssen.