Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Winkelden.

Winkelden

Voorbeeldzinnen (11)

Toen Covid-19 toesloeg, waren dergelijke bedrijven lockdownhelden, die zaken deden doordat mensen vanuit huis winkelden.

De retailgigant zag de omzet in het eerste kwartaal met liefst 74 procent toenemen, met name dankzij een hogere online opbrengsten omdat mensen vanwege de corona-uitbraak meer via internet winkelden.

Niet omdat de ondernemer de coronaregels aan zijn laars lapte en klanten dus feitelijk onveilig winkelden.

Ze hadden vier auto’s voor de deur, winkelden bij de duurste zaken en kochten sieraden ter waarde van tienduizenden euro’s per stuk.

Die werden door diverse gekkies ‘rassenrellen’ genoemd terwijl het gewoon een uitgesponnen soort Black Friday was, met het verschil dat de meutenden proletarisch winkelden en dus niet betaalden voor de shopping spree.

De Amerikaanse toeristen in Nederland brachten vooral een bezoek aan Amsterdam, waar ze wandelden, in het café zaten of winkelden.

En dus winkelden alle partijen selectief in de voorstellen van de ambtelijke commissies.

We winkelden nog wat in het Yayasan Complex en bezochten wederom Omar Ali Saifuddien Mosque omdat deze moskee in het donker We aten bij de pizzeria Fratini's Restaurant.

In 2009 telde Nederland een recordaantal mensen die online winkelden.

Deze in het westen van Phnom Penh gelegen markt dankt haar naam aan het feit dat de Russen op deze markt winkelden in de tachtiger jaren van de vorige eeuw, hoewel ze eigenlijk Psar Tuol Tom Pong heet.

In de eerste helft van vorig jaar winkelden 1,4 miljoen mensen op internet.