Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Winkelzaak.

Winkelzaak

Synoniemen van Winkelzaak

Voorbeeldzinnen (6)

De politie van het bureau Nieuw Nickerie heeft op donderdag 10 augustus tijdens surveillance een manspersoon die zich verdacht ophield achter een winkelzaak aan de Wilhelminastraat aangehouden.

Een winkelier aan de Bachoeweg in Suriname had eerder op die dag aangifte gedaan ter zake diefstal van voedingsmiddelen met een hoge economische waarde in SRD, die uit zijn winkelzaak zijn weggenomen.

Een benadeelde die via het gokken een geldbedrag van SRD 1.300 had gewonnen, stuurde haar dochter naar de winkelzaak in het politieressort Zanderij om het geld te innen.

Zij heeft vanaf de maand december 2015 bij diverse rekeninghouders bonnen van een winkelzaak genomen.

Verder was ook te zien dat een groot bedrag middels een POS-transactie was besteed bij een winkelzaak.

Het fimpje van de politie is een compositie van camerabeelden van de winkelzaak waar het incident plaatsvond.