Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wiskundeleraar.

Wiskundeleraar

Wiskundeleraar betekenis

een leraar die les geeft in het schoolvak waarin rekenen, wiskunde en algebra wordt behandeld

Voorbeeldzinnen (20)

Na de schorsing maakte hij zijn studie voor wiskundeleraar aan de lerarenopleiding af en werkte als wiskundeleraar aan op havo-vwo school te Sittard.

Onze wiskundeleraar tekende een cirkel op het bord.

De oude wiskundeleraar, meneer Müller, heeft een mooiere fiets dan de meeste van zijn leerlingen.

Hij was een wiskundeleraar.

Zij haatte haar wiskundeleraar.

Hij werd een wiskundeleraar.

Hij is onze wiskundeleraar.

Ik vond de wiskundeleraar leuk.

Mijn wiskundeleraar is geweldig.

Mijn wiskundeleraar haatte mij.

Jij bent een wiskundeleraar.

U bent een wiskundeleraar.

Hij was mijn wiskundeleraar.

Mijn wiskundeleraar was een viezerik.

Ik ben een wiskundeleraar op de middelbare school.

Sami was een wiskundeleraar in Egypte.

Sami gaf de wiskundeleraar een bijnaam.

Tom was wiskundeleraar toen Mary hem voor het eerst ontmoette.

Ik had ooit eens een discussie met mijn Wiskundeleraar die er op bleef hameren dat ik het wel kon maar niet wilde.

Wiskundeleraar Siep de Haan en basisschoolleraar Quincy van Dijk delen de wijsheid waar we allemaal wat van kunnen opsteken.