Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wispel.

Voorbeeldzinnen (16)

Als de rovers weg zijn vaart Neppa uit tegen Wispel.

Deze keer heeft Wispel hun gesprek afgeluisterd en hij gilde van schrik.

Wispel amuseert zich echter uitstekend en wil pret hebben zolang het nog kan.

Wispel verheugt zich op de overval met in de hoofdrollen de sterke Bommel en de onzichtbare rovers.

Wispel wordt afgeleverd bij een heks bij de Knookpeppels.

Wispel wil niet eens.

Zelfs de eeuwenoude Wispel werd gedicht.

Er is nu slechts een nepkol over en een trenzige Wispel.

Helemaal achteraan liep Wispel, die alleen maar geduld werd.

Hij komt Wispel tegen, die hem naar de hut van Neppa Kornoelje begeleidt.

Wispel daagt Neppa vervolgens uit heer Bommel de toekomst te voorspellen.

Ze laat zich vervolgens uitgeblust op een boomstam zakken en ze legt Wispel haar probleem uit.

Neppa is bang voor de rovers omdat ze zo dichtbij wonen, maar Wispel stelt dat ze omgekeerd ook bang voor de heks in het bos zijn.

Wispel speelt buiten het spel mee en heer Bommel meent nu inderdaad onzichtbaar te zijn.

Wispel wil eerst voor de rovers gaan zorgen, want die goede daad kan altijd nog!

Ze vraagt Wispel wat hij heeft gezien, maar die geeft niet thuis.