Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Wisselgeld.
Wisselgeld
Wisselgeld betekenis
geld dat men terugontvangt bij het inwisselen van groot geld of na een betaling met een groter bedrag dan men verschuldigd is, meestal in de vorm van kleingeld | kleine concessie om een plan als geheel aanvaard te krijgen
Synoniemen van Wisselgeld
Voorbeeldzinnen (20)
Netjes kwam de ober het wisselgeld brengen, "uw wisselgeld meneer".
Ik zei vrij droog, ik ga niet mijn wisselgeld van de grond oprapen, dat zal je zelf moeten doen, waarop ze toch maar nieuw wisselgeld uit de kassa nam.
Hou het wisselgeld maar, hoor, chauffeur.
De verkoopautomaat heeft enkele malen geen wisselgeld teruggegeven.
Hier is het wisselgeld.
Sorry, maar het wisselgeld klopt niet.
Het spijt me, ik heb geen wisselgeld.
Hou het wisselgeld!
Als je in het buitenland reist, heb je wisselgeld nodig in de valuta van dat land om te betalen voor een taxi, een kop koffie of fooi.
Geef Tom zijn wisselgeld.
Hou het wisselgeld maar!
Ik wacht op het wisselgeld.
Ik wacht tot hij mij het wisselgeld teruggeeft.
Hier is je wisselgeld.
Hier is uw wisselgeld.
Tel je wisselgeld.
Kun je mij wisselgeld geven, alsjeblieft?
Ik neem geen wisselgeld mee.
Heb jij wisselgeld voor een dollar?
Ik heb geen wisselgeld.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl