Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Witgeel.

Witgeel

Witgeel | Witgeelgors

Witgeel betekenis

een erg lichte kleur geel die dicht tegen wit aan zit | witgeel hebbend als kleur

Voorbeeldzinnen (20)

De buik is witgeel, evenals de onderzijde van de poten en ook de onderzijde van de flanken is lichtbruin tot witgeel.

De buik is witgeel en bij de mannetjes in de paartijd groen.

De buik van de man is groen, geel of witgeel en wordt van de flank afgescheiden door een tot aan de staart doorlopende witte streep.

De hoed heeft in de regel dezelfde kleuren als de schelp; overwegend wit tot witgeel met bruinachtige vlekken.

De larven van de Neohaemonia- soorten zijn te onderscheiden aan de groenige lichaamskleur, de lichaamskleur van Donacia- larven is wit tot witgeel.

De rug is roodbruin gekleurd, de buikzijde is geel, maar de borstreeks is bij sommige exemplaren wit tot witgeel.

De staart is gebandeerd en de buik wit tot witgeel, er komen wat lichtere variaties voor die meer naar licht bruingrijs neigen en ook wat donker gekleurde die wat sterker afstekende strepen en banderingen hebben en meer oranje van kleur zijn.

Het ei is wit tot witgeel van kleur, de schaal is glanzend en dun en is kleverig waardoor de eieren gemakkelijk aan elkaar kleven en minder snel uitdrogen.

Over het midden van de rug loopt een smalle bruine strook met aan weerszijden twee lichtere brede stroken en daaronder weer twee tot drie donkere strepen op iedere flank; de buik is zeer lichtbruin tot witgeel.

Vlaamse collaboratie was zwart: niet zwartgeel, niet witgeel - Het was voor de Vlaamse zaak beter en zuiverder geweest, had ze erkend dat de collaboratie zwart was en niet zwartgeel.

Volgens de fietsers gaat het om een witgeel beest dat rond de klok van 9.00 uur zondagochtend hard wegrende toen ze langs fietsten.

Want licht gebouwd, grote oren, slanke poten, witgeel achterwerk; net geleerd uit de identificatietips.

Het vruchtvlees is witgeel, stevig sappig en zoet met een fris zuur.

De buik is lichter tot witgeel en heeft soms ook donkere tot zwarte vlekken.

De buik is witgeel, bij de mannetjes geel tot roodoranje in de paartijd.

De buik is witgeel, op het midden van de rug is een lichte rugstreep aanwezig.

De pijnappelskink is een van de soorten die heel donker kan worden, oudere exemplaren van de reuzenblauwtongskink kleuren lichter naar witgeel.

Het lichaam is groen, soms met kleine zwarte puntjes, maar meestal met een witte rugstreep en kleine witte dwarsstrepen op de flanken, de buik is witgeel.

Jonge poppen zijn witgeel van kleur, oudere poppen kleuren bruiner.

Sommige exemplaren zijn geheel zwart of blauwzwart tot bruin, de juvenielen zijn witgeel met zeer brede gele banden en een opvallende zwarte kop met landkaarttekening of kleine vlekjes.