Vraag je je af hoe je Witsnuitlibel in een zin gebruikt? Hieronder staan 10+ voorbeeldzinnen uit authentieke Nederlandse teksten. .
Gebruik van Witsnuitlibel
- In het voorbeeldencorpus komt witsnuitlibel vaak voor in combinaties zoals: sierlijke witsnuitlibel, gevlekte witsnuitlibel, witsnuitlibel is.
Context rond Witsnuitlibel
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 17.7 woorden
- Plaats in de zin: 9 begin, 9 midden, 1 einde
- Zinsoorten: 19 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Witsnuitlibel
- In deze selectie staat "witsnuitlibel" meestal aan het begin van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 17.7 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral sierlijke, gevlekte, noordse, gevlekte, vrouwtjes en keizerlibel op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "witsnuitlibel".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn a gevlekte witsnuitlibel worden geteld en de gevlekte witsnuitlibel de glassnijder. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "witsnuitlibel" dicht bij woorden als aalburgse, aalderen en aaldering, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met witsnuitlibel
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Bij vrouwtjes sierlijke witsnuitlibel is de achterlijfspunt duidelijker verbreed. (9 woorden)
Forse witsnuitlibel met brede vlekken, vooral bij rijk begroeide wateren. (10 woorden)
De witsnuitlibel is terug in Nederland De sierlijke witsnuitlibel is terug in Nederland. (13 woorden)
De vliegtijd van de gevlekte witsnuitlibel is van eind april tot en met eind juli, met een piek in mei en de eerste helft van juni. (26 woorden)
Venwitsnuitlibel, noordse witsnuitlibel, gevlekte witsnuitlibel (vrouwtjes en jonge mannetjes) en vrouwtjes sierlijke witsnuitlibel hebben net als vrouwtjes oostelijke witsnuitlibel een donker achterlijf met gele vlekjes. (25 woorden)
Leucorrhinia pectoralis is in 1825 wetenschappelijk voor het eerst beschreven door Charpentier Uiterlijke kenmerken De gevlekte witsnuitlibel is de grootste en meest robuuste witsnuitlibel. (24 woorden)
Voorbeeldzinnen (19)
Venwitsnuitlibel, noordse witsnuitlibel, gevlekte witsnuitlibel (vrouwtjes en jonge mannetjes) en vrouwtjes sierlijke witsnuitlibel hebben net als vrouwtjes oostelijke witsnuitlibel een donker achterlijf met gele vlekjes.
De witsnuitlibel is terug in Nederland De sierlijke witsnuitlibel is terug in Nederland.
Leucorrhinia pectoralis is in 1825 wetenschappelijk voor het eerst beschreven door Charpentier Uiterlijke kenmerken De gevlekte witsnuitlibel is de grootste en meest robuuste witsnuitlibel.
Soortgerichte routes zijn sterk geclusterd rondom de libellenrijke laagveengebieden (Weerribben, Groene Hart), waar o.a. gevlekte witsnuitlibel worden geteld.
De vliegtijd van de gevlekte witsnuitlibel is van eind april tot en met eind juli, met een piek in mei en de eerste helft van juni.
De vliegtijd van de sierlijke witsnuitlibel is kort: van half mei tot en met eind juli, met een piek in juni.
Het is een in Nederland en Vlaanderen zeer zeldzame witsnuitlibel, die graag op waterleliebladeren zit.
Incidenteel kan een zeer kleine tweede generatie noordse witsnuitlibel worden aangetroffen in de herfst.
Kenmerkend voor de sierlijke witsnuitlibel zijn de duidelijke knotsvormige verbreding van het achterlijf en de witte achterlijfsaanhangsels.
In het gebied zijn liefst 34 soorten geteld, waaronder zeldzame zoals de gevlekte witsnuitlibel, de glassnijder en de vroege glazenmaker.
Libellen met prachtige namen als de gevlekte witsnuitlibel, keizerlibel en glazenmaker jagen er lustig op los.
De aardbeivlinder, de smaragdlibel en de noordse witsnuitlibel zijn voor veel mensen bijzondere soorten", vertelt Van Veen.
Bij vrouwtjes sierlijke witsnuitlibel is de achterlijfspunt duidelijker verbreed.
Forse witsnuitlibel met brede vlekken, vooral bij rijk begroeide wateren.
De sierlijke witsnuitlibel (Leucorrhinia caudalis) is een libellensoort uit de familie van de korenbouten (Libellulidae), onderorde echte libellen (Anisoptera).
Habitat De habitat van de oostelijke witsnuitlibel bestaat uit vennen en hoogveenplassen in een bosrijke omgeving.
Het is een forse witsnuitlibel met brede vlekken, die in Nederland nog vrij zeldzaam is maar algemener wordt.
In Nederland komt de oostelijke witsnuitlibel slechts voor in één natuurgebied op de zandgronden van Friesland.
In tegenstelling tot de sierlijke witsnuitlibel gaan de mannetjes slechts af en toe zitten op drijvende bladeren van waterlelie of gele plomp.
Veelvoorkomende combinaties met witsnuitlibel
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "witsnuitlibel" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "witsnuitlibel" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl