Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Witzen.

Witzen

Voorbeeldzinnen (7)

De fijne gesprekken wisselden er steevast af met scherpe witzen en grappige scènes.

Zij maakte ook witzen over haar Joodse achtergrond.

De Nederlandse familie Witsen (ook: Witsen, Witzen en Wijtsen) was een aanzienlijk geslacht in Amsterdam, waarvan diverse leden een of meer posten van belang hebben bekleed.

Of ik mij de heer Aartsen of zijn witzen over drie jaar nog herinner?

Het handjevol treffende witzen die pijnlijk sporadisch opdoken in de eerste aflevering voelde niet zelden als een fremdkörper aan.

Betere witzen gaan we deze zomer niet horen.

De roman is ludiek en maniëristisch, barstensvol intertekstuele Witzen en allusies, veelbetekenende Natureingangen (die zowel de gebeurtenissen als de gemoedstoestand van de hoofdpersoon aankondigen) en een kwistig gebruik van de enumeratio.