Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Woningbezitter.

Woningbezitter

Woningbezitter | Woningbezitters

Woningbezitter betekenis

iemand die een woning in eigendom heeft

Voorbeeldzinnen (8)

De honkvaste woningbezitter staat flexibiliteit op de arbeidsmarkt in de weg, en is ook op vlak van mobiliteit en klimaat problematisch.

Wie vermogen heeft – in de vorm van aandelen van beursgenoteerde bedrijven, als eigenaar van een onderneming, als woningbezitter – boert goed of zelfs steeds beter.

Nu is de tijd om de hypotheekrenteaftrek op te heffen (zegt een woningbezitter).

Al met al ligt er nogal wat op het bordje van de woningbezitter.

Een derde woningbezitter schuift de keuze liever op de lange baan.

Kun je dus lekker als woningbezitter er een 3e baantje erbij nemen, zodat Karim gratis met zijn 3 bijstandsjurken naar Madurodam kan.

Een mogelijkheid is dat de hypotheekverstrekker de woningbezitter bij financiële problemen uitstel van betaling geeft.

Dat levert de Boekelse woningbezitter een kleine 40 euro op.