Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Woonden.
Voorbeeldzinnen (20)
Er woonden vrienden van mij, en je zag aan de stoepen en tuintjes onder de balkons precies waar de Afrikanen woonden.
Maar de onderzoekers rapporteerden ook een ander opmerkelijk resultaat: degenen die in en rond de Middellandse Zee woonden - in landen als Italië, Griekenland en Kroatië - hadden minder hart- en vaatziekten dan deelnemers die elders woonden.
Kat, Surinamers die voor 1975 in Suriname woonden, woonden formeel ezien niet in het buitenland, maar gewoon in het koninkrijk van Nederland.
Tijdens elke etappe van hun migratie klommen ze ook een trede op de beschavingsladder, want in het antieke wereldbeeld woonden op de randen van de aarde de grootste woestelingen en woonden de beschaafdste mensen in Italië en Griekenland.
Anders dan de Visigoten die voornamelijk in eigen nederzettingen woonden, woonden de Vandalen in de steden en op grote woonboerderijen en villa's verspreid op het platteland.
De joden woonden door de hele geschiedenis heen overal en ergens en ze woonden ook in Palestina naast elkaar onder alle verschillende regimes door de geschiedenis heen.
Turken en Marokkanen wilden niet weg omdat ze in zo'n rotland woonden, we vonden hen zielig want ze woonden inderdaad ook in kutlanden.
Wij woonden dus op het terrein, binnen een afgesloten gedeelte, alwaar zes of acht geschakelde kleine en eenvoudige bungalows stonden waarin gezinnen woonden.
Voorheen woonden er Oost-Europeanen, maar maandagmorgen bleek dat er ook Nederlandse gezinnen in de boerderij woonden", zegt een buurtbewoner.
Waar intussen kolonisten woonden, daar woonden nog maar enkele tientallen jaren eerder gemeenschappen van oorspronkelijke Amerikanen, die er mais of pompoenen verbouwden en op wild jaagden.
Hiermee verenigden ze de verschillende Turkse volkeren die al bijna duizend jaar in de Balkan en Oost-Europa woonden met de Turkse volkeren die pas enkele honderden jaren in Anatolië en het Midden-Oosten woonden.
Deze garnizoenen woonden met hun gezinnen in de streek en vermengden zicht met de aan de Donkerlanders verwante lokale bevolking, die in deze tijd ook in de dalen van de Witte Bergen woonden.
Ze woonden er in bij Justus Lipsius en woonden er ook zijn colleges bij.
De meest asociale bewoners woonden in het midden van de woonbuurt, dicht bij de woonschool, de 'betere' gezinnen woonden aan de buitenranden.
Dit komt overeen met wat Strabo schreef, dat wil zeggen dat de Sequani en de Mediomatrici langs de Rijn woonden, waartussen de Triboci woonden, een Germaans volk die verhuisd waren uit hun eigen land.
Zij woonden in de Joodse buurt, waar in die tijd ongeveer 80.000 Joden woonden.
De mensen die in dat land woonden, waren niet in staat om hun leiders tegen te spreken.
In die tijd woonden ze in Nagojo.
Het huis waar we vroeger in woonden werd afgebroken.
Afgelopen maandag woonden wij een concert bij.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl