Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Woonstek.

Woonstek

Voorbeeldzinnen (3)

Dan denk ik: Godsamme, je woont in een kast van een huis, gaat drie keer per jaar met je ouders op vakantie, hebt nog nooit zelf de kost hoeven te verdienen en een eigen woonstek moeten veroveren.

In een gebied van zo'n vijfduizend hectare rond zijn Roemeense woonstek heeft Jan zeven klapeksternesten gelokaliseerd en is hij er nog drie op het spoor.

Ook zou de nieuwe woonstek beter zijn vanwege de zwakke fysieke en psychische gesteldheid van Bertha.