Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zaadlobben.

Zaadlobben

Voorbeeldzinnen (20)

Om te ontsnappen aan de zaadlobben zijn ze gedwongen een opslagplaats van die zaadlobben in brand te steken.

Het hypocotyl (het deel van de stengel onder de zaadlobben) groeit, terwijl het epicotyl (het deel van de stengel boven de zaadlobben) een gelijke lengte houdt.

Hierbij blijven de zaadlobben in de zaadhuid verborgen, en bevatten zij zelf de voedingsstoffen die bij de kieming gebruikt worden.

Het pluimpje zit nog tussen de zaadlobben in en zo kan het niet beschadigd worden tijdens de tocht door de grond.

Bij de dicotylen zijn er twee kiembladen (zaadlobben); monocotylen hebben maar één kiemblad.

De zaadlobben zien er uit als kransjes.

Deze heeft grotere kegels en dikkere zaadlobben, die verder uit elkaar liggen dan de andere variëteiten/soorten.

Het epicotyl is het deel van de stengel binnen een kiemplant dat zich boven de zaadlobben bevindt.

Kieming Epigeale kieming houdt in dat de zaadlobben naar boven de grond geduwd worden.

Zaadlobben of cotylen zijn verdikte bladeren met reserve stoffen.

Zo heeft een den (Pinus) aan de top van het hypocotyl 5 tot 20 zaadlobben, die het pluimpje omgeven.

Achteraf blijkt dat deze actie ervoor zorgt dat de zaadlobben zich terugtrekken van de Aarde, zoveel weerstand zijn ze niet gewend.

De zaden kiemen ondergronds ( hypogeale kieming ) en de zaadlobben blijven binnen de zaadhuid verborgen ( cryptocotylair ).

Het naar de kiemdrager gelegen gedeelte groeit o.a. uit tot het worteltje, de bovenste cellen tot de stengeltop en de zaadlobben.

Het stengelgedeelte onder de zaadlobben groeit naar boven, tegen de zwaartekracht in (negatieve geotropie genoemd).

Soms bezit een plant meer dan twee zaadlobben, tot zelfs een tiental bij de naaktzadigen (gymnospermen), waarvan er veel naaldbomen zijn.

Tijdens de eerste ontwikkeling wordt al het reservevoedsel uit de zaadlobben gehaald, die daardoor verschrompelen en ten slotte afvallen.

Tijdens de kieming wordt het reservevoedsel uit de zaadlobben en het endosperm verbruikt en het zetmeel omgezet in glucose.

Tweezaadlobbigen Bij veel van de tweezaadlobbigen bevinden zich per zaad twee zaadlobben (cotylen), waarin het reservevoedsel zit opgeslagen.

Veel van de "tweezaadlobbigen" hebben per zaad twee zaadlobben (of "cotylen"), waarin het reservevoedsel, nodig voor de kieming en eerste groei van de jonge plant, zit opgeslagen.