Zakenreis betekent een reis die bedoeld is om het zakendoen te bevorderen. Op deze pagina staan 20 voorbeeldzinnen uit echte teksten.
Zakenreis in een zin
Gerelateerde woorden
Zakenreis betekenis
een reis die bedoeld is om het zakendoen te bevorderen
Voorbeeldtypes met zakenreis
Hieronder zijn dezelfde voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:
Ik ben op zakenreis. (4 woorden)
Hij zei: 'Ik ben op zakenreis. (6 woorden)
Een week geleden was ik op zakenreis. (7 woorden)
Het is een concept waar Generatie Z zich goed in kan vinden: het combineren van zakelijk reizen met vrije tijd, zoals een extra vrije dag plakken aan een zakenreis om ook de omgeving te kunnen ontdekken. (36 woorden)
Ik was zo geschrokken van die reactie dat ik mij daarna redelijk makkelijk onder tafel heb laten praten en buitenstapte met een promotie op zak en een zakenreis op de agenda. (31 woorden)
De man, genaamd Cao, zou hebben verzwegen dat hij met coronapatiënten in een hotel had verbleven en dat hij koorts en andere Covid-gerelateerde symptomen ontwikkelde tijdens een zakenreis naar Vietnam. (31 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Ik hoop dat uw zakenreis in Frankrijk geslaagd is.
Een week geleden was ik op zakenreis.
Tom moet volgende maand wellicht op zakenreis naar Australië.
Ik ben op zakenreis.
Hij is er niet omdat hij op zakenreis is naar Osaka.
Hij zei: 'Ik ben op zakenreis.
Als je in je eentje gaat (bijvoorbeeld bij een zakenreis) dan is de trein veel goedkoper dan de taxi of parkeren op Schiphol.
Dat een koning meer zou opleveren tijdens een zakenreis is een fabel en een grove belediging voor de Nederlandse zakenwereld.
De man had in december van vorig jaar een terugvlucht naar zijn thuisland na een zakenreis.
Het is een concept waar Generatie Z zich goed in kan vinden: het combineren van zakelijk reizen met vrije tijd, zoals een extra vrije dag plakken aan een zakenreis om ook de omgeving te kunnen ontdekken.
Hij kreeg nochtans geen toestemming van de Franse topclub, maar vertrok daags na de verloren wedstrijd tegen Lorient (1-3) toch op zakenreis.
Ik leerde hem kennen tijdens een zakenreis in Rusland.
Ik was zo geschrokken van die reactie dat ik mij daarna redelijk makkelijk onder tafel heb laten praten en buitenstapte met een promotie op zak en een zakenreis op de agenda.
Man neemt hem mee naar huis, na de ruzie met zijn vrouw wegens de zakenreis geeft hij haar de schoenendoos met uitleg, en vertrekt.
Afgelopen maandag zou hij op zakenreis gaan, waarvoor hij een negatieve PCR-test nodig had.
Dit omdat ik op zakenreis moest, onder andere naar Duitsland.
Op vrijdag 30 september 2022 kwam de 56-jarige Marianne Molloy uit Ierland aan in Brussel voor een zakenreis.
De Duitse combineerde een ‘zakenreis’ met nieuwe ontdekkingen, nieuwe ontmoetingen die zijn werk beïnvloedden.
De man, genaamd Cao, zou hebben verzwegen dat hij met coronapatiënten in een hotel had verbleven en dat hij koorts en andere Covid-gerelateerde symptomen ontwikkelde tijdens een zakenreis naar Vietnam.
Dit zijn overigens dingen die ik heb ontdekt toen mijn vriendin op zakenreis was in het buitenland en ik een lange tijd kilometers alleen maakte.
Veelvoorkomende combinaties met zakenreis
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- op zakenreis 74×
- een zakenreis 50×
- zakenreis naar 26×
- zakenreis in 12×
- zakenreis is 10×
- zakenreis en 7×
- zakenreis was 6×
- of zakenreis 6×
- zakenreis moest 4×
- zakenreis met 4×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "zakenreis" in een zin?
Wat betekent "zakenreis"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "zakenreis" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl