Hier vind je 20 echte voorbeeldzinnen met Zakgeld, de betekenis.
Zakgeld in een zin
Gerelateerde woorden
Zakgeld betekenis
een hoeveelheid geld die een jongere per week of maand van zijn of haar ouders ontvangt om vrij te besteden
Voorbeeldtypes met zakgeld
Hieronder zijn dezelfde voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:
Mary geeft haar kinderen zakgeld. (5 woorden)
Hij geeft zijn kinderen zakgeld. (5 woorden)
Daar is geen zakgeld voor nodig. (6 woorden)
Toch klinkt meer zakgeld de meeste kinderen niet slecht in de oren: drie op de vijf kinderen zou zichzelf meer zakgeld geven, als ze het voor het zeggen hadden. (29 woorden)
Jongeren krijgen al zo weinig zakgeld, en wat ze krijgen gooien ze altijd in de snoepautomaat op school, geen school is geen snoepautomaten, geen snoepautomaten is zakgeld uitsparing! (28 woorden)
Krijgen ze misschien meer zakgeld als ze klusjes uitvoeren, of wordt der een deel van hun zakgeld niet gegeven als ze niet voldoende helpen in het huishouden? (27 woorden)
Krijgen ze misschien meer zakgeld als ze klusjes uitvoeren, of wordt der een deel van hun zakgeld niet gegeven als ze niet voldoende helpen in het huishouden? (27 woorden)
Jongeren krijgen al zo weinig zakgeld, en wat ze krijgen gooien ze altijd in de snoepautomaat op school, geen school is geen snoepautomaten, geen snoepautomaten is zakgeld uitsparing! (28 woorden)
Danny: “We hadden van Karl Lagerfeld zakgeld gekregen om te gokken, en ik had gewonnen bij roulette: alles op zwart! (20 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Kinderen krijgen het zakgeld meestal contant, maar een kwart krijgt zakgeld (eveneens) op de bankrekening gestort.
Toch klinkt meer zakgeld de meeste kinderen niet slecht in de oren: drie op de vijf kinderen zou zichzelf meer zakgeld geven, als ze het voor het zeggen hadden.
Krijgen ze misschien meer zakgeld als ze klusjes uitvoeren, of wordt der een deel van hun zakgeld niet gegeven als ze niet voldoende helpen in het huishouden?
Vanaf mijn 22e wilde ik niet meer dat mijn ouders mij nog zakgeld gaven en alles betaalden, ingangsgeld, boeken, zakgeld ben ik toen allemaal zelf gaan verdienen.
Jongeren krijgen al zo weinig zakgeld, en wat ze krijgen gooien ze altijd in de snoepautomaat op school, geen school is geen snoepautomaten, geen snoepautomaten is zakgeld uitsparing!
Een kind moet niet meer zakgeld krijgen dan nodig.
Het geld wordt beheerd door Marie. Tom krijgt slechts wekelijks zakgeld.
Mary geeft haar kinderen zakgeld.
Hij geeft zijn kinderen zakgeld.
We krijgen zes weken zakgeld van je.
Ned wilde z'n zakgeld eerder zodat hij een spel kon kopen.
Daarboven op zakgeld en allerlei gratis gezondheidszorg.
Daar is geen zakgeld voor nodig.
Danny: “We hadden van Karl Lagerfeld zakgeld gekregen om te gokken, en ik had gewonnen bij roulette: alles op zwart!
De basisbeurs is een soort zakgeld van de overheid voor studenten.
De guldencent werd afgeschaft in 1980, voor mijn allereerste zakgeld was dat helaas net te vroeg.
De hoogte van het zakgeld is voor het eerst in jaren toegenomen, luidt de conclusie.
Dus de direkteuren vsn de stations krijgen zakgeld en moeten leuke dingen van deze waardeloze regering schrijven mr met muziek komt iets andets nr boven.
Een Oekraïner kreeg tot voor kort ook meer leefgeld (eet- en kleedgeld) dan een asielzoeker (die eet- en zakgeld ontvangt).
Ferme handdruk, 50 euro zakgeld en een vliegticket en we hebben het geprobeerd.
Veelvoorkomende combinaties met zakgeld
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- en zakgeld 16×
- zakgeld en 14×
- wat zakgeld 14×
- het zakgeld 13×
- zijn zakgeld 10×
- geen zakgeld 9×
- meer zakgeld 8×
- euro zakgeld 8×
- zakgeld krijgen 7×
- zakgeld per 7×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "zakgeld" in een zin?
Wat betekent "zakgeld"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "zakgeld" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl