Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zegelen.

Zegelen

Zegelen | Zegel | Zegels | Zegelde | Zegeling

Zegelen betekenis

van een zegel of stempel voorzien | tweede betekenisomschrijving

Voorbeeldzinnen (5)

De taak van de douanier is om als laatste toezichthouder de containers af te zegelen.

Alleen wanneer ons leven overal begint met dankzegging, zegelen wij het af tegen ontevredenheid en afgunst.

En ik zag een sterken engel, uitroepende met een grote stem: Wie is waardig het boek te openen, en zijn zegelen open te breken?

Alart en Reynart van der Smytten zegelen het verdelingsverdrag van hun neven.

Op 6 december 1597 ontving de schout van Leiderdorp, Gerrit Janszoon van Harmelen, voor bijna 28 gulden een door zilversmid en graveur Bartholomeus Dolendo vervaardigd stempel om daarmee alle stukken van het ambacht en dorp te zegelen.