Ontdek Zegelen via 5 voorbeeldzinnen uit het Nederlands, met uitleg van de betekenis. Ideaal voor taalgebruikers, schrijvers en taalliefhebbers.
Zegelen in een zin
Gerelateerde woorden
Zegelen betekenis
- van een zegel of stempel voorzien
- tweede betekenisomschrijving
Gebruik van Zegelen
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: van een zegel of stempel voorzien | tweede betekenisomschrijving
- In het voorbeeldencorpus komt zegelen vaak voor in combinaties zoals: te zegelen.
Context rond Zegelen
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 20.8 woorden
- Plaats in de zin: 0 begin, 2 midden, 3 einde
- Zinsoorten: 4 stellend, 1 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Zegelen
- In deze selectie staat "zegelen" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 20.8 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral dankzegging, smytten en open op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "zegelen".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn af te zegelen en der smytten zegelen het verdelingsverdrag. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "zegelen" dicht bij woorden als aaaaah, aaiden en aaisikers, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met zegelen
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Alart en Reynart van der Smytten zegelen het verdelingsverdrag van hun neven. (12 woorden)
De taak van de douanier is om als laatste toezichthouder de containers af te zegelen. (15 woorden)
Alleen wanneer ons leven overal begint met dankzegging, zegelen wij het af tegen ontevredenheid en afgunst. (16 woorden)
Op 6 december 1597 ontving de schout van Leiderdorp, Gerrit Janszoon van Harmelen, voor bijna 28 gulden een door zilversmid en graveur Bartholomeus Dolendo vervaardigd stempel om daarmee alle stukken van het ambacht en dorp te zegelen. (37 woorden)
En ik zag een sterken engel, uitroepende met een grote stem: Wie is waardig het boek te openen, en zijn zegelen open te breken? (24 woorden)
Alleen wanneer ons leven overal begint met dankzegging, zegelen wij het af tegen ontevredenheid en afgunst. (16 woorden)
En ik zag een sterken engel, uitroepende met een grote stem: Wie is waardig het boek te openen, en zijn zegelen open te breken? (24 woorden)
Voorbeeldzinnen (5)
De taak van de douanier is om als laatste toezichthouder de containers af te zegelen.
Alleen wanneer ons leven overal begint met dankzegging, zegelen wij het af tegen ontevredenheid en afgunst.
En ik zag een sterken engel, uitroepende met een grote stem: Wie is waardig het boek te openen, en zijn zegelen open te breken?
Alart en Reynart van der Smytten zegelen het verdelingsverdrag van hun neven.
Op 6 december 1597 ontving de schout van Leiderdorp, Gerrit Janszoon van Harmelen, voor bijna 28 gulden een door zilversmid en graveur Bartholomeus Dolendo vervaardigd stempel om daarmee alle stukken van het ambacht en dorp te zegelen.
Veelvoorkomende combinaties met zegelen
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- te zegelen 2×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "zegelen" in een zin?
Wat betekent "zegelen"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "zegelen" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl