Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Zelfvertrouwen.

Zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen betekenis

geloof in eigen vermogen, kunde of kracht

Voorbeeldzinnen (20)

Je denkt waarschijnlijk echt dat je een punt hebt in al je zelfvertrouwen, maar dat zelfvertrouwen van je is gebaseerd op lucht: dat wat je niet weet.

Het vreet aan je zelfvertrouwen en het lijkt nooit mee te vallen voor jou, waardoor je in een spiraal terechtkomt waarin je je zelfvertrouwen verliest.

Meisjes lijken niet minder zelfvertrouwen te hebben, meisjes hébben minder zelfvertrouwen.

En dat zelfvertrouwen deed haar goed, want tijdens haar jaren op de middelbare school had haar zelfvertrouwen een flinke deuk opgelopen.

Verhoogd Zelfvertrouwen: Door ondersteuning van schrijf professionals te ontvangen, kunnen studenten hun schrijfopdrachten met meer zelfvertrouwen benaderen.

Bestuur Vereniging het Friesch Dagblad Cambuur tankt zelfvertrouwen door bekerzege Leeuwarden - Het was onrustig en het ontbreekt de ploeg aan zelfvertrouwen.

City FC barst van zelfvertrouwen Almere City FC begint vrijdagavond met veel zelfvertrouwen aan het uitduel tegen Telstar.

Het zelfvertrouwen is weg, de eigendunk ook - NRC Het zelfvertrouwen is weg, de eigendunk ook Softdrugs, homohuwelijk, Ruud Gullit.

Prestige, het zal na het tanken van het nodige zelfvertrouwen in Zagreb er voor Ajax aan gelegen zijn om datzelfde broze zelfvertrouwen van de Rotterdammers weer wat in te dammen.

Hij heeft veel zelfvertrouwen.

Hij is best wel slim, maar heeft te veel zelfvertrouwen.

Ik heb nu meer zelfvertrouwen.

Hij heeft iets wat ik niet heb: zelfvertrouwen.

Hij liep niet over van zelfvertrouwen.

We hebben zelfvertrouwen.

Tom mist zelfvertrouwen.

Tom heeft zijn zelfvertrouwen terug gekregen.

Verlies nooit het zelfvertrouwen. Je kunt alles bereiken wat je wilt.

Wat een zelfvertrouwen!

"Ik kan niet toestaan dat zelfvertrouwen verandert in zelfgenoegzaamheid."