Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zetelden.
Zetelden
Voorbeeldzinnen (20)
In de raad van bestuur zetelden allerlei slimme mensen, onder wie voormalige generaals en regeringsleden, zoals Henry Kissinger.
Dat kun je betreuren, maar de verantwoordelijkheid voor die situatie wordt gedeeld door alle partijen die de voorbije twintig jaar in de regering zetelden.
In deze wetgevende vergadering zetelden drie strekkingen (nog geen politieke partijen): de (liberalen of conservatieven), de Montagnards (links tot extreem links, eerder de Jakobijnen genoemd) en de Marais (eerder neutrale middenmoot).
Druk bellend en mailend zetelden de ruim honderd ambtenaren, consultants en zorgspecialisten in de kantoren van de Federatie van Technologiebranches, die door de lockdown leegstonden.
In de uittredende regering zetelden zeven MR-excellenties.
Tot voor kort zetelden in het orgaan hoofdzakelijk mensen uit de gezondheidszorg en wetenschappelijke experts als infectiologe Erika Vlieghe (UZ Antwerpen), epidemioloog Pierre Van Damme (UAntwerpen) en viroloog Marc Van Ranst (KU Leuven).
Bestuursleden die 25 jaar of langer in het bestuur zetelden kregen vanaf die dag de grote zilveren legpenning.
De nieuwe gouverneurs zetelden in het paleis en zij ondernamen grote projecten om het paleis te verbouwen en te vergroten.
De vijf lokale leden die nog in de vzw zetelden werden weggestemd.
Door de groei van de economie vond men 1% weldra te veel en in 1897 werd de APB, die nooit veel betekende en waarin vooral oudere kolonialen zetelden, in alle stilte afgeschaft.
Drie van hen splitsten zich af, de andere twee zetelden verder als onafhankelijken.
In geval van betwistingen die duidelijk de bevoegdheid van een van de bugyō te buiten ging, zetelden zij allen onder het voorzitterschap van de rōju in het hyōjōsho (評定所, Deliberatieraad) waar zij collectieve besluiten troffen.
Midden op de Kersenmarkt stond het eerste stadhuis van Maastricht, waar tot circa 1350 bestuur en rechtspraak zetelden.
Naast het meer stond een gebouw, het magazijn waar de priesters van Amon zetelden en waar goederen opgeslagen waren.
Om een uitweg uit de patstelling te vinden, werd een internationale commissie opgericht, waarin naast Fransen en Belgen ook Britten zetelden.
Onder bestuur van kaliefen zetelden de laatste bisschoppen in Badiae, met onderbrekingen, tot in de 8e - 9e eeuw.
Ongeveer een derde van de kamerleden die zetelden voor de Liberale Partij liep over naar de meerderheid, waardoor deze over een drievierdemeerderheid beschikte.
Oorspronkelijk zetelden op deze plaats de heren van Brielen.
Slechts enkele Bondsraadsleden zetelden langer dan Welti.
Verder is er ook nog een kleine betonnen toren, waar de omroepers zetelden.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl